Wat is de juiste bandenspanning voor de racefiets?

Soms hebben de kleinste veranderingen de meeste impact… De grootste prestatieverbetering die je op je racefiets kunt maken zijn geen lichtere onderdelen of een geavanceerde diffuser. Het is namelijk de spanning van je banden. Als je niet op de bandenspanning let, is de hoeveelheid lucht in je banden waarschijnlijk niet ideaal maar zelfs ronduit slecht. Een verkeerde bandenspanning leidt tot lekke banden en vermindering van het comfort. Lees daarom de tips hieronder om de perfecte bandenspanning voor jouw racefiets te vinden.

Pomp je banden op

Met de juiste bandenspanning rolt je fiets snel en soepel, zit jij comfortabel en voorkom je lekke banden. Smalle banden hebben meer luchtdruk nodig dan brede banden: racefietsbanden hebben meestal 5,5 tot 8,5 bar nodig.

Pssst... het woord bar kom van het Griekse woord báros (zwaarte). Het is een praktische eenheid gebruikt in de industrie en het dagelijkse leven. Leuk weetje: er is altijd een druk om ons heen. De standaard omgevingsdruk op zeeniveau staat gelijk aan 1 bar.

De ideale bandenspanning is afhankelijk van je gewicht. Hoe zwaarder je weegt, hoe hoger je bandenspanning moet zijn. Bijvoorbeeld: een fietser van 75 kg kan 7,5 bar gebruiken op zijn racefiets. Dan moet een wielrennen van 90 kg rond de 8,5 bar zitten en een renner van 60 kg kan al fietsen met 6 bar. Belangrijk om te vermelden is dat je nooit boven of onder de door de fabrikant aanbevolen bandenspanning gaat zitten. Dit staat vermeld op de zijkant van de band.

Controleer regelmatig de bandenspanning van je fiets

Banden lekken altijd na verloop van tijd lucht. Lucht sijpelt uit alle banden, hoe goed en duur dan ook. Dit kan variëren van een paar halve bar per week tot drastische dalingen 's nachts. Het verlies van lucht neemt toe als er druk op de band staat of wanneer de temperatuur flink daalt. Voor elke 10 °C graden dat de temperatuur daalt verdwijnt er ongeveer 2% lucht uit de band. Sommige wielrenners checken voor elke rit de bandenspanning, anderen één keer per week. Het belangrijkste is dat je een gewoonte ontwikkelt van regelmatige controles die voor jou werkt. Doe je dit niet, dan rijd je waarschijnlijk vaak met een verkeerde bandenspanning.

Heb je tijdens een rit je band gerepareerd met een CO2-bus? Controleer dan na een uur nogmaals de bandenspanning. Kooldioxide dringt namelijk nog sneller door de band heen dan lucht.

Zoek de juiste bandenspanning

Bandenspanning is niet iets dat je kunt instellen en vergeten. Er wordt vaak gedacht dat een hogere bandenspanning gelijk staat aan een lagere rolweerstand, omdat harde banden op een glad wegdek minder doorbuigen en een kleiner contactvlak creëren. Maar geen enkele weg is perfect glad. Correct opgepompte fietsbanden passen zich aan hobbels aan en absorberen schokken. Te hard opgepompte fietsbanden geven schokken door aan de fietser, wat ten koste gaat van de snelheid en het rijcomfort. Op een nieuw wegdek voelen je banden misschien geweldig aan met 7,5 bar, maar op een ruwe weg rollen ze misschien sneller met 7 bar. In natte omstandigheden kun je 0,5 tot 1 bar minder dan normaal gebruiken voor betere grip op de weg.

Niet te veel oppompen

Meer is niet altijd beter! De algemene tendens is om de bandenspanning vaak te verhogen. De maximale bandenspanning die op de zijkant van de band staat, is een maximum en meestal eigenlijk te hoog om te rijden. Bovendien houdt die geen rekening met factoren die van invloed zijn op de bandenspanning, zoals de grootte van de rijder en het terrein. Vooral als je onlangs bent overgestapt op bredere banden, op het punt staat om een rit vol bochten en switchbacks te beginnen, of op ondergronden zoals chip seal rijdt, wilt je je spanning verlagen. Hoewel de rolweerstand toeneemt bij een lagere bandenspanning, blijkt uit verschillende studies dat de rolweerstand van verschillende wegbanden slechts in geringe mate toeneemt, in de orde van grootte van een paar watt vermogen, zelfs bij een bandenspanning tot 6 bar op standaardwegbanden. Bedenk ook dat de rolweerstand slechts een fractie uitmaakt van de krachten die we moeten overwinnen (het grootste deel is de windweerstand of, op heuvels, de zwaartekracht). De grootste verschillen in rolweerstand zitten niet in de bandenspanning, maar in de band die je gebruikt. Lees hier hoe je de juiste band voor je racefiets uitkiest.

Racefiets bandenspanning overzicht

Bandbreedte

Lichaamsgewicht (KG)

<55

60

65

70

75

80

85+

23 mm

6

6,5

7

7,5

8

8,5

8,5

25 mm

5,5

6

6,5

7

7,5

8

8,5

28 & 32mm

4

4,5

5

5,5

6

6,5

8



Pas op voor de vloerpomp

Als je je banden oppompt met een vloerpomp, is de meter waarschijnlijk niet zo nauwkeurig. Vloerpomp meters meten de druk bij de meter, dus ze meten de luchtdruk in de pomp, niet in de band. En de kwaliteit van de meter varieert - hij kan er een paar punten naast zitten.. Het goede nieuws is dat de meeste meters in ieder geval consistent zijn, ook al zijn ze niet helemaal nauwkeurig; je pompt dus in ieder geval elke keer tot dezelfde druk op. Als oplossing kun je een aparte meter aanschaffen. Een naaldmeter is betaalbaar, nauwkeurig en duurzaam.

Speel met verschillende bandenspanningen

Het is vrij gebruikelijk om de voor- en achterbanden identiek op te pompen. Maar je gewichtsbalans is niet 50% voor en 50% achter. Voor wielrenners is het in de meeste gevallen 40% voor en 60% achter.

Welke druk je verkiest, hangt dus af van een aantal factoren, zoals je bandenkeuze en rijstijl, maar het is ook duidelijk dat je voor en achter niet dezelfde druk moet aanhouden. Als je 70kg weegt met een gewichtsverdeling van 40-60, is dat dus 42kg op het achterwiel en 28kg op het voorwiel. Het is dus logisch dat je vooraan evenredig minder druk moet zetten. Het zal geen 50% minder zijn, maar het is niet onredelijk om te denken dat het 15 tot 20% minder zou kunnen zijn.

Experimenteer met de bandenspanning door de voor- en achterbanden elk ongeveer 5% te laten leeglopen (percentage, niet bar, want voor- en achterbanden zijn verschillend en moeten evenredig worden veranderd). Ga rijden en let op hoe het aanvoelt, en wees niet bang om nog iets meer te laten zakken. De ideale bandenspanning geeft je een comfortabele rit met een vertrouwd gevoel in de bochten. Zodra het voorwiel ook maar een beetje onrustig aanvoelt in scherpe bochten, verhoog je de bandenspanning weer met een paar procent. Meet de voor- en achterdruk met je meter en noteer deze als basis, maar vergeet niet dat de perfecte spanning kan veranderen afhankelijk van de omstandigheden, het terrein, het weer en als je van bandenmaat of merk verandert.

Lees je graag meer over (race)fietsen?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang leuke informatie.

Laat een opmerking achter

Alle opmerkingen worden gecontroleerd voordat ze worden gepubliceerd